Het ministerie van Economische Zaken heeft per 1 januari 2026 het topsectorenbeleid ingeruild voor het nieuwe industriebeleid rond zes strategische groeimarkten. Maar dit betekent niet dat het innovatiebeleid stopt: Digital Holland (voorheen Topsector ICT) gaat onverminderd door met het aanjagen van innovatie en het versterken van het digitale ecosysteem in Nederland.
De nieuwe koers richt zich op halfgeleiders, biotechnologie, defensiegerelateerde technologie (waaronder 6G), digitale diensten (met nadruk op AI), machinebouw en innovatieve chemie. Hoewel het topsectorenbeleid uit 2011 plaatsmaakt voor een industriebeleid dat sterker inzet op valorisatie, blijft de vertrouwde triple helix-samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheid centraal staan.
Volgens Grotenhuis verandert er voor de ICT-sector in de praktijk dan ook minder dan de beleidswijziging doet vermoeden. Bestaande structuren zoals TKI ICT en de Kennis- en Innovatieagenda (KIA) Digitalisering blijven leidend, evenals de drie pijlers: innoveren in, met en reflecteren op digitale informatietechnologie.
Digital Holland coördineert binnen de Nationale Technologiestrategie twee digitale actieagenda’s: de Actieagenda AI/Data en de Actieagenda Cybersecurity Technologies. De organisatie zet vooral in op het verbinden van publieke en private partijen, het initiëren van publiek-private samenwerkingen en het bundelen van middelen via het Kennis- en Innovatieconvenant (KIC). Daarbij werkt Digital Holland nauw samen met partijen als het Ministerie van Economische Zaken, NWO, TNO, RVO, InvestNL en brancheorganisaties. Ook IPN is als agendavormende partner vertegenwoordigd in de adviesraad.
Volgens Grotenhuis is het momentum voor digitale innovatie groter dan ooit. Thema’s als veiligheid, weerbaarheid en autonomie staan hoog op de politieke agenda en digitale technologie speelt daarin een sleutelrol. Hij roept onderzoekers op om betrokken te blijven via IPN en de kanalen van Digital Holland. “Succesvolle, blijvende innovatie is gebouwd op een fundament van solide wetenschappelijk onderzoek.”